|
Haal niet het kind met de rode jurk
koelbloedig neer, maar liever mij,
smeek ik de meute jagers keer op keer
Ze twijfelen en mopperen onbeslist,
waarna zij zich stampvoetend
door het dichte bos verspreiden
Nog vóór het startsein valt
dat deze mooie ochtenddauw
verknalt, drijf ik een hert
manhaftig in het nauw
Het kind kijkt vragend toe
hoe ik de flanken van het dier met rode verf
veelvuldig van mijn naam voorzie,
waarna ik het de richting jaag
van het obscure jachtgebied
Dat is het punt waarop ik wakker schiet,
en voor het kind een milder slot bedenk:
nog net vóór het moment dat wordt gevuurd
verschijnt een brandend kruis
in het gewei.
Huib
|